Gorinchem plaatst eerste ooievaarsnest van gerecyclede lantaarnpalen: ‘Ooievaar was bijna uitgestorven in Nederland’
Gorinchem hoopt met de plaatsing van een speciale nestpaal een eerste ooievaarspaartje te verwelkomen. Bij het Natuurcentrum is het eerste nest, gemaakt van een gerecyclede lantaarnpaal, geplaatst. Ook op twee andere plekken kunnen binnenkort de eerste klepperende bewoners neerstrijken. Nu is het afwachten of ze echt komen.
Sharon Story
Schijft over Hardinxveld-Giessendam en West Betuwe
19 april 2026, 06:00
,,Doordat we slim met het budget zijn omgegaan en nestpalen hebben gemaakt van gerecyclede lantaarnpalen, kunnen we twee extra nesten realiseren,” zegt Piet van Andel van de ooievaarsopvang in Herwijnen. ,,Die hopen we binnenkort te plaatsen.”
Hoewel ooievaars geregeld in de regio opduiken, had Gorinchem nog geen nest. Raadslid Niels van Santen (VVD) vond dat daar verandering in moest komen en diende een voorstel in voor een veilige broedplek. De gemeente stemde in en schakelde ooievaarsexpert Piet van Andel in om een nest te bouwen.
‘Ooievaar bijna uitgestorven in Nederland’
Van Andel werkte daar graag aan mee. Al jaren zet hij zich in voor de zwart-witte carnivoor. Want hoewel het nu weer goed gaat met de ooievaar, scheelde het niet veel of de vogel was uit Nederland verdwenen.
In 1969 werden in het hele land nog maar zeventien actieve broedparen geteld. „Door ruilverkaveling en het intensieve gebruik van pesticiden in de landbouw, zoals DDT, was de ooievaar bijna verdwenen’’, vertelt Van Andel. „Door dat gif hoorde je letterlijk geen kikker meer kwaken.” Ooievaars aten vergiftigd voedsel en stierven, of konden simpelweg geen voedsel meer vinden.
Reddingsoperatie
De Vogelbescherming Nederland greep in en startte een grootschalige reddingsoperatie om de ooievaar als broedvogel in Nederland te behouden. Daarvoor werd eerst in Groot-Ammers een basisstation opgezet, waar een sterke populatie werd gefokt.
Vanuit daar volgden zogenoemde buitenstations in geschikte leefgebieden. „Het eerste buitenstation kwam in 1979 in Herwijnen,” vertelt Van Andel, die als vrijwilliger bij het station werkte. Het doel was om de jonge gefokte ooievaars uiteindelijk weer los te laten in de natuur.
Het fokprogramma bleek uiteindelijk zo succesvol dat het herintroductieprogramma in 2009 officieel werd beëindigd. „Op dit moment zijn er, voordat de vogels op trek gaan, ongeveer vijfduizend ooievaars in Nederland”, aldus Van Andel. Het buitenstation in Herwijnen bleef bestaan als opvang.
Hoewel het nu weer goed gaat met de ooievaar, juicht Van Andel meer broednesten toe. Want, zo weet hij, het kan zo weer fout gaan. „Door de vogelgriep zijn er twee jaar geleden enorm veel ooievaars gestorven. Daarnaast wordt er in landen als Afrika op de ooievaar gejaagd.”
‘Nest bouwen is prijzig’
Van Andel realiseerde dus maar al te graag een ooievaarsnest voor de gemeente Gorinchem; iets dat vrij kostbaar is. „De paal zelf is prijzig en er moet een bedrijf en vrachtwagen aan te pas komen om hem te plaatsen,” zegt Van Andel.
Daarom bouwde hij in samenwerking met medewerkers van de gemeente het nest op drie gerecyclede lantaarnpalen, met daarop een frame van gaas. Het nest zelf is gemaakt van hooi, beukenhout en fruittakken. De paal is 4,90 meter hoog: net onder de vergunningsgrens van vijf meter. „Dat scheelt papierwerk en extra kosten.”
Omdat er zuinig is omgegaan met het door de gemeente beschikbaar gestelde budget, konden uiteindelijk zelfs drie nesten worden gemaakt. Twee daarvan krijgen naar verwachting een plek tussen Gorinchem en Dalem.
Samen met stadecoloog Sjoerd-Dirk Fiaschi werd gezocht naar geschikte locaties voor de nesten. Van Andel: „Zo is gekeken naar vliegroutes van de vogel en of het gebied niet te rustig is.” De ooievaar houdt namelijk van een beetje rumoer. „De vogel is graag in de buurt van mensen.”
Het eerste nest werd vorige week geplaatst in het Natuurcentrum in het Gijsbert van Andelpark. „We zijn er ontzettend blij mee,” zegt directeur José Wienese. „Uiteraard hopen we het eerste ooievaarskoppeltje snel te mogen ontvangen.”





















